'Het jargon voor ouder worden’

'Het jargon voor ouder worden’

/Blogs

Af en toe leer ik een nieuwe term. Laatst hoorde ik iemand antwoorden op de vraag hoe het gaat: “Ach, je kent het wel, PHPD”. Voor mij was dit een nieuw begrip maar het schijnt redelijk bekent te zijn: pijntje hier, pijntje daar.

“Als je niet van banaan houdt, is het niet leuk als je regelmatig een banaan krijgt aangeboden”.

Hier moet ik vaak aan denken als ik aan het werk ben op Klein Engelenburg. Wie bij ons komt wonen, neemt dit besluit niet zomaar. We proberen daarom zoveel mogelijk in te spelen op de wensen van onze bewoners. Het vergt namelijk nogal wat om te gaan verhuizen. Vaak wordt de beslissing pas echt genomen als de huidige woonsituatie voor iemand op leeftijd niet meer te doen is. Het zelf boodschappen doen en eten koken, zelfstandig wassen en aankleden, allemaal dingen die eerst heel normaal zijn, gaan niet meer. Of iemand is gevallen en kan niet meer thuis wonen. Kortom redenen genoeg om een andere woonplek te zoeken waar bepaalde zorgen uit handen kunnen worden genomen en waar rekening wordt gehouden met de manier van leven die u gewend bent.

Jargon
Als dan de verhuizing heeft plaatsgevonden, en een bewoner zich heeft gesetteld bij Klein Engelenburg, gaat er vaak een nieuwe wereld voor iemand open, ook voor de familie trouwens. Eigenlijk zouden we een handboek ‘het jargon voor ouder worden’ moeten hebben. Want wat een termen komen er ineens op iemand af: ADL, ZLP, MDO, SOG, EVV, AB om er maar een paar te noemen. Waar gaat het allemaal over? Het komt er op neer dat iemand een heel netwerk om zich heen heeft gekregen om de kwaliteit van de zorg en het welzijn zo goed mogelijk naar de wensen van de betreffende persoon te laten verlopen. Bij Domus Magnus betekent dat: het leven van de bewoners zo prettig mogelijk te maken. Daar speelt van alles in mee, zoals een fijne woonomgeving, lekker eten, inspelen op persoonlijke behoeftes op het gebied van sociale contacten, dagelijkse bezigheden, en de manier waarop iemand wil worden begeleid bij de algemene dagelijkse levensbehoefte (ADL).

ZLP - Zorgleefplan
Natuurlijk is het niet zo dat een bewoner dag en nacht dezelfde verzorgende (m/v) naast zich heeft om alles te doen. Daarom is het van belang dat er voor iedere bewoner een zorgleefplan (ZLP) is waarin zo goed mogelijk omschreven staat waar iemand mee geholpen wil worden, hoe iemand gewend was de dingen te doen, wat de bewoner nog zelf kan, wat iemand graag overdag doet. Dit zorgleefplan wordt regelmatig besproken tijdens een multidisciplinair overleg (MDO). Daarbij zit de bewoner en/of familie, de Specialist Ouderengeneeskunde (SOG), de Eest Verantwoordelijke Verzorgende (EVV’er), een activiteitenbegeleider (AB’er) en soms nog een andere behandelaar zoals bijvoorbeeld een fysiotherapeut, ergotherapeut of diëtist. Er wordt geïnventariseerd of er nog wensen zijn, of er aanpassingen moeten komen in de dagelijkse zorg en de medicatie wordt doorgenomen. Zijn er nog hulpmiddelen nodig, zijn er fysieke problemen bijgekomen of misschien gedragsproblemen? De specialist ouderengeneeskunde adviseert en rapporteert de bevindingen naar de huisarts van de bewoner.
In het zorgleefplan wordt dagelijks zoveel mogelijk gerapporteerd over hoe het met de bewoner is. Niet alleen door degene die bij de ADL heeft geholpen, maar ook door de AB’ er, en door de huisarts of fysiotherapeut als die op bezoek zijn geweest. Omdat alles tegenwoordig via de computer gaat, kan de familie deze rapportage meelezen en is zo dus op de hoogte van het doen en laten. Dat maakt de communicatie voor iedereen een stuk makkelijker. En natuurlijk worden er tussendoor ook dingen aangepast als dat nodig is, en geven we de bewoners zo mogelijk dat waar ze behoefte aan hebben. Dat gaat volgens menselijk inzicht (MI).

Ga terug naar het overzicht